Implementatie​wet​ richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingings​recht

Op 8 oktober is ter consultatie het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht gepubliceerd. Het voorontwerp strekt tot omzetting van de richtlijn 2014/104/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie (PbEU L 349/1).

De richtlijn bevat regels over schadevergoedingsvorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht van de Europese Unie. De richtlijn heeft een tweeledig doel. Enerzijds bevat de richtlijn maatregelen om te garanderen dat benadeelden van mededingingsinbreuken daadwerkelijk schadevergoeding kunnen vorderen. Daarnaast bevat de richtlijn maatregelen om te voorkomen dat de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht de publiekrechtelijke handhaving door de Europese Commissie en nationale mededingingsautoriteiten doorkruist. De richtlijn dient uiterlijk 26 december 2016 te zijn omgezet in nationaal recht en zal worden geïmplementeerd in een aparte afdeling in het Burgerlijk Wetboek (BW) en in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

In april van dit jaar is van onze hand in het Maandblad voor Vermogensrecht (MvV) al een kritische bespreking verschenen over de Europese richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken (thans in het voorontwerp van de implementatiewet de richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht genoemd). Daar is ook in aangegeven op welke punten het Nederlandse recht naar onze mening dient te worden aangepast om de richtlijn te implementeren.

Uit het voorontwerp blijkt dat de richtlijn zal worden geïmplementeerd in een nieuwe aparte afdeling in de Burgerlijk Wetboek (afdeling 6.3.3B BW). De afdeling is getiteld ‘Schending van mededingingsrecht’. Voor een aparte afdeling is gekozen omdat de aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrechtelijke richtlijnbepalingen deels aansluiten bij een aantal uitgangspunten in het Nederlands burgerlijk recht, maar ook enkele bijzondere uitzonderingen daarop bevatten. Voor wat betreft deze uitzonderingen valt te denken aan het verjaringsregime (titel 3.11 BW) en het uitgangspunt van hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van meerdere schuldenaren in de afdelingen 6.1.2 en 6.1.10 BW. Voor de overzichtelijkheid is gekozen voor implementatie in een nieuwe afdeling. Nu de meest voor de hand liggende grondslag voor een schadevergoedingsactie in geval van schending van het mededingingsrecht onrechtmatige daad is, wordt de nieuwe afdeling ingevoegd in titel 3 van boek 6 BW (de afdeling over de onrechtmatige daad). De richtlijnbepalingen betreffende toegang tot bewijsmateriaal worden geïmplementeerd in een nieuw in te voegen afdeling in het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering (Rv), na art. 843b Rv. De afdeling is getiteld ‘Toegang tot bescheiden in zaken betreffende schending van mededingingsrecht.’

De richtlijn dient uiterlijk 26 december 2016 te zijn omgezet in het Nederlands recht. Het wetsvoorstel heeft in het voetspoor van de richtlijn alleen betrekking op grensoverschrijdende overtredingen van het mededingingsrecht en op overtredingen van het nationale mededingingsrecht voor zover de overtreding tevens effect heeft op de handel tussen de lidstaten. Het wetsvoorstel is dus niet van toepassing op zuiver nationale overtredingen van het mededingingsrecht. Het kabinet zal nog een separaat wetsvoorstel voorbereiden waarin de bepalingen ook op nationale gevallen van toepassing worden verklaard.

Met de consultatie wordt beoogd het voorontwerp voor te leggen aan de rechtspraktijk. Op alle onderdelen van de regeling kan een reactie worden gegeven. Reacties worden gepubliceerd tijdens de loop van de consultatie. De consultatie loopt tot en met 8 november 2015.