Nederlands ‘anker’ schept bevoegdheid in follow-on procedure Natriumchloraatkartel

In internationale kartelschadezaken wordt in veel gevallen gebruik gemaakt van een zogeheten ‘ankergedaagde’ waarbij eisers alle (of een aantal) van de bij de kartelinbreuk betrokken ondernemingen oproepen voor het gerecht van de woonplaats van één van deze ondernemingen (de ‘ankergedaagde’). Dit was ook aan de orde in de procedure tussen CDC tegen Kemira, Akzo Nobel en EKA Chemicals AB over een kartelschadeclaim in verband met het Natriumchloraatkartel.

De Rechtbank Amsterdam had zich in deze procedure bevoegd verklaard. Daartegen was de Finse onderneming Kemira in beroep gegaan. Op 21 juli 2015 heeft het Hof Amsterdam echter geoordeeld dat de rechtbank zich terecht bevoegd had verklaard kennis te nemen van de kartelschadeclaim van CDC tegen Kemira. Ook verwerpt het hof de klachten van Kemira over het oordeel van de rechtbank over de uitleg van de betrokken forumkeuze- en artbitragebedingen.

Artikel 6 sub 1 EEX-Vo (art. 8 Herschikte EEX-Vo)

De rechtbank had haar bevoegdheid aangenomen op basis van artikel 6 (thans art. 8 van de Herschikte EEX-Vo) van de EEX-Verordening (EEX-Vo). Op basis van dit artikel kan in het geval dat er meer dan een verweerder is een (rechts)persoon ook – dat wil zeggen als alternatief forum naast het forum van de woonplaats van deze gedaagde – worden opgeroepen voor het gerecht van de woonplaats van één van de andere gedaagden. Voorwaarde hiervoor is wel dat er tussen de vorderingen een nauwe band bestaat en dat een gelijktijdige behandeling van deze vorderingen nodig is om te voorkomen dat er onverenigbare beslissingen worden gegeven. Verder is vereist dat dit risico op onverenigbare beslissingen zich voordoet in het kader van eenzelfde situatie, zowel feitelijk als rechtens.

Volgens de rechtbank was aan deze voorwaarden voldaan nu een van de medegedaagden, Akzo Nobel, woonplaats heeft in Nederland en de vorderingen een nauwe band met elkaar hebben. In hoger beroep werd echter door Kemira aangevoerd dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is kennis te nemen van de vordering tegen haar op grond van artikel 6 EEX-Vo omdat (i) de zaak geen relevante band met Nederland heeft, (ii) geen sprake is van eenzelfde situatie (zowel feitelijk als rechtens) ten aanzien van de vorderingen van CDC jegens Akzo enerzijds en jegens Kemira anderzijds en (iii) dat er geen gevaar bestaat voor onverenigbare beslissingen. Volgens Kemira is Akzo alleen in rechte betrokken om Kemira weg te trekken van haar woonplaatsforum (in Finland).

Het hof gaat niet mee in deze argumentie van Kemira. Het verwijst daarvoor naar het arrest CDC/Akzo Nobel van het Hof van Justitie van de EU (HvJ). In dat arrest oordeelde het HvJ dat sprake was van eenzelfde situatie omdat het volgens de beschikking van de Commissie een voortdurende kartelinbreuk betrof ondanks dat verweerders in die zaak zowel vanuit geografisch oogpunt als in de tijd bezien verschillend aan de uitvoering van de kartelafspraken hadden deelgenomen. Het Hof Amsterdam wijst erop dat ook in het onderhavige geval de Europese Commissie heeft vastgesteld dat sprake is geweest van één voortdurende inbreuk op het kartelverbod. Het feit dat Akzo als moedervennootschap niet rechtstreeks betrokken was bij deze kartelinbreuk is daarbij niet van belang. Het hof overweegt, met verwijzing naar de Commissiebeschikking, dat Akzo bezien vanuit het Unierecht aan de inbreuk heeft deelgenomen doordat zij de hoogste entiteit is in de onderneming waarvan zij samen met haar dochtermaatschappij EKA deel uitmaakte. Dit maakt volgens het hof dat gesproken kan worden van eenzelfde situatie, feitelijk en rechtens.

Het hof is voorts van oordeel dat sprake is van een risico op onverenigbare beslissingen als bedoeld in artikel 6 EEX-Vo. Ook hiervoor verwijst het hof naar het arrest CDC/Akzo van het HvJ. In dat arrest is namelijk bevestigd dat de voorwaarden voor civiele aansprakelijkheid voor kartelinbreuken moeten worden bepaald aan de hand van het toepasselijke nationale recht. Aangezien de nationale rechtsbepalingen op dit punt uiteen kunnen lopen, is daarmee het gevaar voor onverenigbare beslissingen gegeven. Ook was het volgens het hof voorzienbaar voor Kemira dat zij kon worden opgeroepen voor de Nederlandse rechter omdat zij deelnam aan een verboden mededingingsafspraak met een vennootschap (EKA) die deel uitmaakte van een onderneming waarvan de hoogste entiteit (Akzo) woonplaats had in Nederland.

Het hof wijst er tot slot ook nog op dat niet hoeft te worden aangetoond dat de vorderingen tegen Akzo niet enkel zijn ingediend om Kemira te onttrekken aan de Finse rechter. Er is evenmin bewijs geleverd op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat CDC de voorwaarden voor toepassing van artikel 6 EEX-Vo kunstmatig heeft gecreëerd of gehandhaafd. Het hof concludeert dan ook dat de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen jegens Kemira.

Forumkeuze- en arbitragebedingen

Kemira had zich ook nog tegen de bevoegdheid van de Nederlandse rechter verweerd met het argument dat zij met haar afnemers forumkeuze- en arbitragebedingen was overeengekomen. Naar het oordeel van het hof hebben deze forumkeuzebedingen geen betrekking op geschillen betreffende aansprakelijkheid wegens inbreuk op het mededingingsrecht maar verwijzen de bedingen naar geschillen die in contractuele betrekkingen ontstaan. De ondernemingen kunnen daarom niet worden geacht te hebben ingestemd met een forumkeuze voor de beslechting van schadevorderingen wegens inbreuk op het mededingingsrecht. Hetzelfde geldt naar het oordeel van het hof voor de arbitragebedingen.

Populair forum

Het onderhavige arrest van het hof past in de lijn van jurisprudentie waarin de Nederlandse rechter zich betrekkelijk snel bevoegd acht kennis te nemen van  internationale kartelschadeclaims. Nederland zal dan waarschijnlijk ook een aantrekkelijk forum blijven voor kartelschadeclaims zeker nu de Rechtbank Gelderland recent voor het eerst een vordering tot schadevergoeding wegens een kartelinbreuk heeft toegewezen (zie over dat vonnis hier een eerdere blog van ZIPPRO & MEIJER).